11 juli 2026·Onderzoek
Voor de rechter met een niet-bestaande zaak: waarom AI pas bruikbaar is als het controleerbaar is.
In rechtszaken duiken steeds vaker verwijzingen op naar rechtspraak die niet bestaat, of net iets anders zegt dan wordt beweerd. We analyseerden 90 gepubliceerde uitspraken. De les: generieke AI moet je bij elk antwoord zelf controleren. Goede juridische AI is zo gebouwd dat het niet meer uitmaakt dat het AI was.
Dit voorjaar diende een gemachtigde bij de rechtbank Gelderland in negen zaken tegelijk processtukken in. Over zijn werkwijze was hij open: hij had de stukken eerst zelf geschreven en ze daarna laten controleren door drie AI-systemen, Copilot, ChatGPT en Claude. Drie controlelagen bovenop menselijk werk. Dat klinkt zorgvuldig.
De rechtbank zag iets anders (ECLI:NL:RBGEL:2026:4122). In de stukken stonden rechtsregels die niet volgden uit de aangehaalde ECLI's. Er werden argumenten aangevoerd die eerder tot een hogere waarde zouden leiden, terwijl juist een lagere werd bepleit. Standpunten waren onbegrijpelijk of spraken elkaar tegen. Er werd om informatie gevraagd die niet relevant was of die de partij zelf al had. En tussen de stukken zaten interne adviezen over processtrategie die duidelijk nooit voor de rechtbank of de wederpartij bedoeld waren.
Drie AI-systemen als extra controlelaag leverden dus geen betrouwbaarder juridisch werk op. Want de vraag die er echt toe doet is simpel: bestaat deze bron, en zegt die wat er wordt beweerd? Die controle bleef liggen waar ze altijd al lag: bij de professional die het stuk indient.
Die zaak laat precies zien waar dit stuk over gaat. Er zijn in juridisch werk eigenlijk twee soorten AI-gebruik. Generieke AI, zoals ChatGPT of Copilot: die kan verrassend veel, maar laat niet zien waar een antwoord op rust. Elk antwoord moet je dus zelf controleren, bij elke vraag opnieuw. En juridische AI: gereedschap dat zo is gebouwd dat elke conclusie herleidbaar is naar de bron. Bij dat tweede soort hoort de vraag of er AI is gebruikt er niet meer toe te doen, want het werk is zelf te controleren.
Wij analyseerden 90 gepubliceerde Nederlandse uitspraken waarin AI-gebruik inhoudelijk ter sprake kwam. Vrijwel al die zaken gaan over de eerste soort: generieke AI, gebruikt zonder de controle die erbij hoort. En het beeld is consistent. Rechters maken er zelden een punt van dát er AI is gebruikt. Het gaat mis zodra niet meer te achterhalen is welke bronnen zijn gebruikt, welke vraag is gesteld, hoe een conclusie tot stand kwam en wie er nog naar heeft gekeken.
AI-output krijgt pas juridische waarde wanneer herkomst, bronnen, invoer en menselijke controle voldoende zichtbaar en verifieerbaar zijn.
Wat we onderzochten
De analyse beslaat gepubliceerde, niet-strafrechtelijke ECLI's van 1 januari 2023 tot en met 11 juli 2026 waarin AI-gebruik inhoudelijk relevant was. Dus niet elke uitspraak waarin het woord ChatGPT toevallig valt, maar zaken waarin de inzet van AI door een partij, gemachtigde, deskundige of bestuursorgaan echt een rol speelde in het geschil of de beoordeling. Opvallend: de tools die in de uitspraken worden genoemd zijn bijna altijd generieke systemen als ChatGPT, Copilot, Claude of Gemini. Gespecialiseerde systemen komen sporadisch voor, zoals Case Matcher bij een bestuursorgaan.
| Jaar | Juridische onderbouwing | Documenten in procedure | Bewijs of expertise | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| 2023 | 0 | 1 | 1 | 2 |
| 2024 | 4 | 1 | 2 | 7 |
| 2025 | 12 | 14 | 17 | 43 |
| 2026 (t/m 11 juli) | 8 | 16 | 14 | 38 |
| Totaal | 24 | 32 | 34 | 90 |
De groei is duidelijk: van twee uitspraken in 2023 naar 43 in 2025, en al 38 in de eerste helft van 2026. Trek je die 38 lineair door naar het hele jaar (38 gedeeld door 192 verstreken dagen, keer 365), dan kom je uit op ongeveer 72. Dat is een rekensom, geen voorspelling. Publicatieclusters, zoals reeksen vergelijkbare WOZ-uitspraken, kunnen dat beeld flink vertekenen.
Voor de grafiek kreeg elke uitspraak één primaire categorie. Sommige zaken raken aan meerdere categorieën tegelijk.
| Primaire categorie | Betekenis | Aantal |
|---|---|---|
| AI voor juridische onderbouwing | Advies, rechtsregels, juridische informatie of ECLI's afkomstig uit AI | 24 |
| AI bij documenten in de procedure | Processtukken, besluiten, verslagen, overeenkomsten of andere relevante documenten | 32 |
| AI-output als bewijs of expertise | Berekeningen, taxaties, scans, technische analyses of deskundigenwerk | 34 |
Verzonnen en vervormde bronnen
Het bekendste risico is de niet-bestaande ECLI. Maar wie alleen daarop controleert, mist het grootste deel van het probleem. Lang niet elke fout is een volledig verzonnen zaak. In de onderzochte uitspraken kwamen we ook tegen:
- een bestaande ECLI die over een heel ander onderwerp gaat;
- een rechtsregel die niet in de aangehaalde uitspraak staat;
- een correcte uitspraak die de concrete conclusie niet ondersteunt;
- een verkeerd jaartal, gerecht of zaaknummer;
- rechtspraak die door AI als vaste rechtspraak wordt gepresenteerd, zonder relevante context.
Juist die halve fouten zijn verraderlijk. Een niet-bestaande ECLI valt bij één zoekopdracht door de mand. Een bestaande uitspraak die net niet zegt wat wordt beweerd, overleeft een snelle controle moeiteloos. Die haal je er alleen uit door de rechtsoverweging zelf te lezen.
Bij de rechtbank Den Haag erkende een partij ChatGPT te hebben gebruikt voor een beroepschrift; dat bleek onjuiste Nederlandse en Europese jurisprudentieverwijzingen te bevatten (ECLI:NL:RBDHA:2026:9527). Bij de rechtbank Oost-Brabant wekten niet-bestaande en verkeerd gekoppelde ECLI's het vermoeden van ongecontroleerd AI-gebruik (ECLI:NL:RBOBR:2026:909). De rechtbank Gelderland vond irrelevante ECLI's in beroepsgronden en vermoedde dat ChatGPT of een andere AI-tool was gebruikt (ECLI:NL:RBGEL:2026:1608). En in de openingszaak bleken de gestelde rechtsregels simpelweg niet uit de genoemde jurisprudentie te volgen.
De rode draad in de rechterlijke reacties is steeds dezelfde: de verantwoordelijkheid ligt bij degene die het stuk indient. “ChatGPT zei het” is geen bronvermelding.
AI als deskundige of bewijs
Rechters krijgen steeds vaker stukken waarin AI-output zelf het bewijs is. Volgens ChatGPT. De AI-berekening laat zien. Een AI-scan toont aan. Maar een taalmodel is geen onafhankelijke deskundige. De uitkomst hangt af van de invoer, de methode, het bronmateriaal en de prompt, en van alles wat daarin ontbreekt.
Het gerechtshof Amsterdam gaf geen gewicht aan ChatGPT-resultaten omdat de bron niet te controleren was en de uitkomst te weinig op de zaak was toegesneden (ECLI:NL:GHAMS:2025:2647). De rechtbank Rotterdam accepteerde informatie “volgens AI” niet omdat bron en validatie onbekend waren (ECLI:NL:RBROT:2025:11087). Een snelheidsberekening uit ChatGPT hield bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant geen stand omdat prompt, berekening, bronnen en objectieve invoer ontbraken (ECLI:NL:RBZWB:2025:6499). En de rechtbank Overijssel liet een ChatGPT-antwoord minder zwaar wegen dan concrete deskundigenrapporten (ECLI:NL:RBOVE:2025:3534).
In een reeks WOZ-zaken, zoals ECLI:NL:RBNHO:2026:2306, moest de rechter bovendien bepalen wanneer taxatie-uitkomsten uit software of AI überhaupt als deskundigenwerk kunnen gelden. In al die zaken komt hetzelfde terug: wie AI-output als bewijs wil laten meewegen, moet kunnen laten zien hoe die output tot stand kwam. Welke vraag is gesteld, welke gegevens erin gingen, welke methode is gevolgd en wie de uitkomst heeft beoordeeld.
Wanneer AI-output zelf bewijs wordt, wordt de herkomst onderdeel van de bewijskwaliteit.
Hoe is AI eigenlijk gebruikt?
Een derde patroon is subtieler: vaak is niet duidelijk hoe AI precies is gebruikt. De uitspraken laten heel verschillende situaties zien. Soms erkent een partij het gebruik. Soms wordt het technisch of feitelijk vastgesteld. Soms heeft de rechter alleen een vermoeden, bijvoorbeeld op basis van de schrijfstijl. Soms stelt de wederpartij dat er AI is gebruikt, zonder dat te kunnen bewijzen. En soms is AI alleen ingezet voor de redactie, terwijl het in andere zaken ook de inhoud bepaalde.
Die situaties horen niet op één hoop. Een advocaat die erkent een beroepschrift met ChatGPT te hebben opgesteld, is iets anders dan een partij die alleen taalcorrectie gebruikte. En een bestuursorgaan dat in het midden laat of een besluit door AI is beïnvloed, is weer iets anders dan een procespartij die zonder bewijs roept dat de wederpartij AI heeft gebruikt. Voor de motivering, de bewijslast en de processuele gevolgen maakt dat verschil echt uit.
Het gerechtshof Amsterdam beoordeelde inhoudelijk een werkwijze waarin AI hielp bij het redigeren van interviewverslagen (ECLI:NL:GHAMS:2026:63). Bij de rechtbank Den Haag ontstond discussie over het verschil tussen een taalhulpmiddel, redactie en generatieve inhoud (ECLI:NL:RBDHA:2025:16561 en ECLI:NL:RBDHA:2026:1806). In vreemdelingenzaken kon onvoldoende transparantie over de inzet van AI of Case Matcher bij de besluitvorming een motiveringsprobleem opleveren (ECLI:NL:RBDHA:2025:12114 en ECLI:NL:RBDHA:2025:12290). En in een asielzaak zocht de rechtbank concreet uit of AI bij het besluit was gebruikt, en vond dat uiteindelijk niet aannemelijk (ECLI:NL:RBDHA:2026:3257).
De rechter beoordeelt het werk, niet het gereedschap
Wie dit leest als een verzameling mislukkingen, mist de helft van het verhaal. In geen van de 90 zaken wees de rechter AI-output af puur omdat er AI was gebruikt. Wat telt is of het werk zelf overeind blijft: kwaliteit, controleerbaarheid en menselijke verantwoordelijkheid.
Een betalingsverklaring die met hulp van ChatGPT was opgesteld, telde bij de rechtbank Noord-Holland gewoon mee als onderdeel van een breder bewijsdossier (ECLI:NL:RBNHO:2026:7185). De rechtbank Gelderland gebruikte in 2024 zelf ChatGPT bij een onderdeel van een schadebegroting (ECLI:NL:RBGEL:2024:3636). En in verschillende WOZ-zaken werd een rapport uit software of AI inhoudelijk beoordeeld in plaats van automatisch terzijde geschoven.
Rechters lijken minder geïnteresseerd in de vraag óf AI is gebruikt dan in de vraag of de uitkomst controleerbaar, relevant en professioneel beoordeeld is.
Daarmee ligt de sleutel niet bij het vermijden van AI, maar bij controleerbaarheid. En precies daar splitsen de wegen van generieke en juridische AI: bij de eerste moet jij die controleerbaarheid er zelf omheen bouwen, bij de tweede hoort ze ingebouwd te zijn.
Tien controles bij generieke AI
Gebruik je generieke AI, zoals ChatGPT of Copilot, dan ligt de volledige controle bij jou. Uit de 90 uitspraken valt af te leiden wat daarbij de praktische ondergrens is:
- Open iedere ECLI in de primaire bron.
- Controleer of gerecht, datum en zaaknummer kloppen.
- Lees de exacte rechtsoverweging, niet alleen de samenvatting.
- Stel vast of de uitspraak de gestelde rechtsregel werkelijk ondersteunt.
- Houd citaten strikt gescheiden van AI-samenvattingen.
- Leg vast welke bronnen zijn geraadpleegd.
- Presenteer AI-output niet als deskundigenoordeel zonder methode en invoer.
- Bewaar belangrijke prompts, documenten en menselijke controles.
- Verwijder interne procesadviezen voordat een document wordt ingediend.
- Wijs altijd een inhoudelijk verantwoordelijke menselijke reviewer aan.
Geen van deze stappen is nieuw of ingewikkeld. Maar het is veel, en het moet bij elk antwoord opnieuw. Dat is de prijs van gereedschap dat zijn bronnen niet laat zien. De uitspraken laten vooral zien wat er gebeurt als die prijs niet wordt betaald. En dat drie AI-systemen achter elkaar geen vervanging zijn voor stap één.
Wanneer AI-gebruik niet meer uitmaakt
Juridische AI hoort dat probleem om te draaien. Niet door te beloven dat het nooit fout zit, maar door controleerbaarheid in te bouwen: elke conclusie herleidbaar naar de primaire bron, de relevante passage naast het antwoord, ECLI, gerecht en datum direct zichtbaar. De controle verschuift dan van achteraf, vlak voor indiening, naar het werk zelf. Van de tien stappen hierboven blijft vooral de laatste over: een mens die leest, weegt en tekent.
Zo bouwen we Norde. We zeggen nadrukkelijk niet dat Norde niet kan hallucineren. Die claim zou precies het soort oncontroleerbare stelling zijn waar dit onderzoek over gaat. Wel is elke conclusie in Norde terug te leiden naar de primaire bron, zodat je die controleert tijdens het onderzoek in plaats van erna. Wie zo werkt, hoeft zich niet af te vragen of AI-gebruik een probleem is. Het werk staat op zichzelf, en dat is precies wat de rechter wil zien.
De eerstvolgende stap hoeft geen demo te zijn. Binnenkort lanceren we een gratis ECLI-controle: plak een ECLI of een lijst ECLI's uit je concept en zie direct of ze bestaan, bij welk gerecht en welke datum ze horen en of het onderwerp past bij je stelling, met een directe link naar de uitspraak.
Methode en beperkingen
We vonden 90 bevestigde ECLI's binnen onze zoek- en controlemethode. Dat is iets anders dan “er zijn precies 90 AI-uitspraken”: de telling betreft gepubliceerde, niet-strafrechtelijke ECLI's, en publicatiereeksen zoals WOZ-series kunnen het beeld vertekenen. Wie precies wil weten hoe we hebben gezocht, geteld en uitgesloten, vindt hieronder de volledige methode.
Volledige methode en beperkingen
De analyse begon met een scan van de ruwe XML in het Norde Rechtspraak-corpus, over de periode 1 januari 2023 tot en met 11 juli 2026. Daarbij gebruikten we 39 brede zoektermen, waaronder:
- ChatGPT, Chat GPT, OpenAI en GPT-varianten;
- Copilot, Claude, Gemini, Grok, Perplexity en DeepSeek;
- kunstmatige, artificiële en artificial intelligence;
- generatieve AI, taalmodel, large language model en chatbot;
- AI-tool, AI-analyse, AI-model en AI-systeem;
- prompt, hallucineert en niet-bestaande jurisprudentie;
- AI-gegenereerd, computergegenereerd en automatisch gegenereerd.
Brede termen leveren veel ruis op. Denk aan uitspraken waarin AI alleen als bedrijfsactiviteit van een partij voorkomt, of waarin een term toevallig in een citaat staat. Daarom is elke kandidaat daarna handmatig beoordeeld op de vraag of het AI-gebruik inhoudelijk relevant was voor het geschil of de beoordeling. De funnel zag er zo uit:
- 915 brede XML-treffers;
- 438 unieke kandidaten na toepassing van exacte woordgrenzen;
- 6 strafrechtelijke ECLI's uitgesloten;
- 432 niet-strafrechtelijke kandidaten inhoudelijk gelezen, verdeeld over drie beoordelaars (ieder 144);
- 85 zaken aanvankelijk geïncludeerd, 8 twijfelgevallen, 339 gemotiveerd uitgesloten;
- de 8 twijfelgevallen zijn opnieuw en onafhankelijk beoordeeld door twee beoordelaars, die allebei tot uitsluiting kwamen;
- reconciliatie met de eerdere zaakslijst leverde 4 aanvullende inclusies op;
- 1 relevante externe ECLI ontbrak in het Norde-corpus en is handmatig toegevoegd (ECLI:NL:RBROT:2026:5510).
Zo ontstond het werkbestand van 90 bevestigde ECLI's. Elke geïncludeerde zaak kreeg voor de grafiek één primaire categorie: juridische onderbouwing, documenten in de procedure, of bewijs en expertise. Zaken die aan meerdere categorieën raken, zijn ingedeeld bij de categorie die het zwaartepunt van het geschilpunt vormde.
Bij de telling horen beperkingen:
- strafrecht is bewust buiten beschouwing gelaten;
- de telling betreft gepubliceerde ECLI's, niet alle Nederlandse rechtszaken; verreweg de meeste uitspraken worden nooit gepubliceerd;
- één item is een PHR-conclusie en geen rechterlijke uitspraak;
- verschillende ECLI's kunnen bij hetzelfde geschil of dezelfde uitsprakenreeks horen, vooral WOZ-series kunnen de telling verhogen;
- de vergelijking met alle resultaten op Rechtspraak.nl is nog geen volledige officiële corpusbenchmark.
Vragen over de methode of de zakenlijst? Neem contact met ons op, we delen de onderliggende data graag.
